20-06-2018 | Bedrijfsstrategie Aardappelmoeheid

AM: hoe houden we het beheersbaar?

Aardappelmoeheid (AM) veroorzaakt opbrengstschade. Vooral dankzij hoogresistente rassen is het probleem lange tijd beheersbaar geweest. Maar de laatste jaren ontwikkelen zich virulentere populaties. Daardoor werken de resistenties van de huidige rassen soms minder goed dan voorheen. Dat is een serieuze bedreiging voor de (zetmeel)aardappelteelt en voor het rendement van de teelt. Het vraagt gerichte actie om de situatie beheersbaar te kunnen houden. Dat is de aanleiding om een AM-bedrijfsstrategie te formuleren.

 

Dit document is bedoeld om telers handvatten te geven bij de aanpak van AM op het bedrijf. Het bevat adviezen om op bedrijfs- en perceelsniveau goede maatregelen te kunnen nemen voor een gezonde aardappelteelt. Het gehele pakket aan adviezen is een gedegen AM-bedrijfsstrategie voor het eigen bedrijf. De ontwikkelde AM-bedrijfsstrategie is één van de onderdelen van het project Plan van Aanpak Aardappelmoeheid, gericht op de beheersing van AM. Het project is betaald uit de financiële reserves van Productschap Akkerbouw, die zijn overgegaan naar BO Akkerbouw. Dat geld is in het verleden al opgebracht door zetmeelaardappeltelers. Het project Plan van Aanpak Aardappelmoeheid is een initiatief van Avebe, de Stichting TBM, de LTO-werkgroep Zetmeelaardappelen en de Nederlandse Akkerbouw Vakbond.

De AM-bedrijfsstrategie en de kennis om AM te bestrijden wordt verspreid door instanties als LTO Nederland, Brancheorganisatie Akkerbouw, Avebe, TBM, Innovatie Veenkoloniën en HLB. Ook  teeltadviseurs van diverse partijen, zoals bijvoorbeeld Delphy of Agrifirm en  vertegenwoordigers van aardappelveredelingsbedrijven of van fabrikanten van gewasbeschermingsmiddelen dragen deze kennis over.

Hierna volgt allereerst meer informatie over AM en de huidige problematiek. Daarna volgen acht strategische onderdelen voor de AM-bedrijfsstrategie. Omdat deze punten zo belangrijk zijn, wordt daarna per onderdeel uitgelegd hoe de situatie nu is, welke adviezen de deskundigen geven en de overwegingen die bij die adviezen een rol spelen.

AM-schade in zetmeelaardappelen
Aardappelmoeheid wordt veroorzaakt door de aardappelcysteaaltjes, Globodera rostochiensis en Globodera pallida. AM kan veel opbrengst kosten. Een zware besmetting kan 25 tot 50 procent opbrengstderving geven. Dat kost de teler zo’n € 866 tot € 1.732 bruto-opbrengst per hectare. Een lage AM-besmetting kan 10 procent opbrengst kosten. Dan blijft er rond € 346 per hectare liggen.
Een goede combinatie van ras en perceel is belangrijk om de financiële schade van een AM-besmetting voor een groot deel te voorkomen. Het grondonderzoek, dat vaststelt of er een besmetting is en hoe zwaar de besmetting is, kost rond € 100 per hectare. Is er een besmetting aanwezig, dan geeft een rassenkeuzetoets de teler inzicht in de rassen die bij de gevonden besmetting op dat perceel het meest resistent zijn en het beste rendement geven. De kosten daarvan bedragen ongeveer € 300.

Toegenomen virulentie op 15 procent van de percelen
De afgelopen vijf jaar hebben zich virulentere AM-populaties ontwikkeld. Dat zijn populaties van Globodera pallida (Pa). In de praktijk blijkt de resistentie van de huidige zetmeelrassen soms niet meer voldoende om AM-besmetting te beheersen. De virulentere populaties werden in 2017 al op 10 tot 15 procent van de percelen in het noordoostelijk zand- en dalgrondgebied gevonden. Dat blijkt uit onderzoek van Stichting TBM en van vrijwillig perceelonderzoek door telers. Het HLB ziet ook dat het aantal percelen met virulentere AM-populaties stijgt.
Alleen vertrouwen op hoogresistente rassen is dus niet meer afdoende om AM te beheersen. De ontwikkeling van virulentere populaties en de verspreiding daarvan moet op alle fronten worden aangepakt. Dat geeft tijd voor de ontwikkeling van nieuwe rassen die een hogere resistentie hebben voor deze virulentere populaties.

Besmettingen op zetmeelpercelen nemen toe
De afgelopen decennia hebben telers met succes hoogresistente rassen ingezet om de AM-besmettingen beheersbaar te houden op perceels- en bedrijfsniveau. Sterker nog, dankzij deze hoogresistente rassen nam het aantal besmette percelen af en ook de zwaarte van de besmettingen liet een dalende lijn zien. Tussen 1999 en 2010 halveerde het aantal besmette percelen in de TBM-monitoring. Bovendien nam het aantal percelen met een zware of zeer zware besmetting af van 55 procent tot minder dan 3 procent. Bij een zware of zeer zware besmetting bevat de grond meer dan 2.000 levende larven en eieren (LLE) per 200 cc grond. Sinds 2010 echter neemt het aantal monsters met besmettingen weer toe, met bijna 10 procent. Het aantal zware of zeer zware besmettingen is gestegen van 3 tot 12 procent. Zie onderstaande tabel.

Klik hier voor het de hele strategie in PDF




Terug naar het overzicht